Hoe de FNV toch het gelijk aan haar zijde kreeg



Vannacht om twaalf uur sluiten de stembussen en weten we of het nieuwe cao akkoord van kracht zal gaan. Ondanks het optimisme van de vakbonden is het nog geen gelopen race. Het zal er nog om spannen of de meerderheid van de medewerkers instemmen met het loonbod en de extra €1.000 die in december nog uitgekeerd zal worden ter compensatie van de in 2022 gestegen kosten.


Als de medewerkers het akkoord omarmen wordt er voorlopig een stevige kurk in de fles gestoken en kunnen veruit de meeste medewerkers tenminste enige koopkrachtverbetering tegemoet zien. Alleen in de hoogste loonschalen lijkt de koopkracht gelijk te blijven of misschien iets te dalen. Medewerkers in de eerste 8 salarisschalen gaan er aanzienlijk op vooruit. Sommigen tot wel 12%, anderen zullen er gemiddeld 4,75% op vooruit gaan. Grosso modo ligt de voorgestelde loonstijging voor de drinkwatersector ruim een 0,5% boven de markt.


De zorgen zijn begrijpelijk

Dat de eenjarige “poen-cao”, zoals het cao akkoord in de wandelgangen ook wel genoemd wordt, niet direct door iedereen met vreugde is ontvangen, verdient begrip. Net als elders in het land maken ook veel medewerkers van de drinkwaterbedrijven zich grote zorgen over hun financiële toekomst. De gierende inflatie, een dreigende recessie en de voortdurende onzekerheid op de energiemarkt treft iedereen. En het zullen vooral die mensen zijn die dit jaar hun spaarrekening al hebben moeten aanspreken om de eindjes elkaar te knopen die zich de grootste zorgen maken. Zij verkeren dan ook in een lastige situatie en er staat ons mogelijk nog een koude winter te wachten.


Werkgevers zagen de bui al lang hangen

De noodzaak om in te grijpen en met een substantieel loonbod te komen was de werkgevers al vroeg in het jaar duidelijk. Ze zijn dan ook niet op hun handen blijven zitten en hebben begin september de vakbonden reeds uitgenodigd om het cao overleg voor te bereiden. Alleen een concreet handelingsperspectief liet nog op zich wachten, want het kabinet heeft lang getreuzeld om duidelijkheid te scheppen over de maatregelen die zij zou nemen om de koopkracht te herstellen. Pas op Prinsjesdag werd duidelijk dat zij met een miljardenpakket de gevolgen van de koopcrisis te lijf gaat.


Inflatie is een grillig monster

Het debat over wat er met de cao lonen moest gebeuren werd al snel gedomineerd door de inflatiecijfers. Vlak voor Prinsjesdag begon de FNV op de trom te slaan en eiste van de werkgevers een automatische prijscompensatie in de cao’s van tenminste 12%. Hiermee kieperde de vice-voorzitter van de FNV, Zakaria Boufangacha, de volledige verantwoordelijkheid om de koopkracht te compenseren op het bordje van de werkgevers. Klinkt leuk, maar is niet verstandig en zelfs niet nodig.


Wenb-directeur Reiner Rutjens haalde in zijn column van 21 september op de website van de WWb de FNV-eis al onderuit. “De extreme energieprijzen zijn letterlijk dagkoersen en consumentenprijzen worden niet alleen bepaald door schaarste, maar vooral door de verwachte schaarste. Hoe dat er over een maand uitziet weet niemand.”


Bovendien heeft de inflatie niet op iedereen hetzelfde effect. Er is namelijk sprake van een grote inflatie-ongelijkheid. Rutjens: “Mensen met een laag inkomen, wellicht een slecht geïsoleerd huurhuis, worden geconfronteerd met extreme kostenstijgingen. Heb je hoge kosten en gaat een groot deel van je inkomen op aan dagelijkse boodschappen, dan zit je klem. En ja, daar moeten we met z’n allen wat aan doen.”


Solidariteit

WWb-voorzitter Wim Drossaert pleitte daarom al bij aanvang van het cao-overleg bij de vakbonden en medewerkers voor solidariteit. Medewerkers die het zwaarst getroffen worden verdienen de grootste steun. Die oproep werd door de vakbonden van meet af aan onderschreven. De uitwerking was lastiger.


Met name Marcelle Buitendam, die namens de FNV de cao onderhandelingen voerde, stond aanvankelijk in een lastige positie. Zij moest immers de lijn van haar baas Zakaria Boufangacha volgen en dropte een looneis van plus 12 procent op de onderhandelingstafel. Die werd door de werkgevers onaanvaardbaar geacht omdat die onbetaalbaar was en voorbijging aan de maatregelen die het kabinet neemt om de koopkrachtdaling te compenseren.


Het kabinet stapelt inmiddels de ene compenserende maatregel boven op de andere of heeft die in het vooruitzicht gesteld. Voor de zomer werd al een pakket van 8 miljard aan accijnsverlagingen en gemeentelijke toeslagen toegezegd. Mensen met een minimuminkomen ontvingen al €1.300 compensatie. Tel je daar de €190 euro tegemoetkoming in de energiekosten voor de laatste twee maanden van dit jaar nog bij op, dan is de eenmalige compensatie van €1.000 die de werkgevers nog voor het einde van het jaar willen uitkeren allerminst karig.


Gemiddeld +4,75%

De structurele nominale loonstijging van tenminste €176 levert veel medewerkers een significante loonstijging op. Tel daar het behoud van de 1,5% van de levensloopbijdrage nog bij op en je komt in de onderste loonschalen tot 12%. Zo haalt de FNV toch nog haar gelijk.

Voor medewerkers in hogere loonschalen levert de nominale loonstijging vaak ook ruim meer op dan de gemiddelde stijging van 4,75% op de loonschalen op. Het lijkt misschien nog niet in verhouding te staan tot de inflatie, maar vanaf 1 januari komt het kabinet nog met een pakket van 17 miljard compensatie voor de lagere en middeninkomens en treedt het energieplafond in werking. Al deze maatregelen tezamen zorgen ervoor dat vrijwel alle medewerkers tenminste hun koopkracht behouden of er op vooruit gaan.


In juni worden de lonen geëvalueerd

Of het genoeg is zal op 1 juni volgend jaar blijken. Dan zullen de cao partijen met elkaar vaststellen of de afgesproken structurele loonstijging voor 2023 dekkend is. Een speciaal hiervoor in te stellen werkgroep zal onderzoeken hoe ter compensatie van de stijging van de kosten van levensonderhoud en de ontwikkelingen van de koopkracht in 2023 de salarissen en de daarvan afgeleide toeslagen kunnen worden aangepast. De werkgroep zal ook aanbevelingen aan de cao- partners doen hoe en op welke wijze deze inbedding van de aanpassing plaats kan vinden. Cao-partijen streven ernaar een marktconforme loonstijging af te spreken.

Ook zal er in opdracht van de cao-partijen door de AWVN een beloningsonderzoek worden uitgevoerd. Hierin zal het beloningsbeleid van de drinkwatersector worden vergeleken met door de cao-partijen vastgestelde relevante referentiemarkten. Het onderzoek zal halverwege komend jaar afgerond zijn. Op basis van de resultaten uit dit onderzoek kan de mate van aantrekkelijkheid van de drinkwatersector voor wat betreft de primaire beloning worden vastgesteld. Dit inzicht kan door cao-partijen gebruikt worden voor het bepalen van een loonstijging in de volgende cao.


Voorlopig zit de kurk in de fles

Al met al voorziet de nieuwe 1 jarige cao in een pakket compensatiemaatregelen die de kurk stevig in de fles lijkt te steken. Het is nu aan de medewerkers om hierover hun oordeel te vellen. Wanneer zij voor het akkoord stemmen zal de kerst wellicht iets minder donker zijn. Indien het loonbod niet aanvaard wordt, zal er een bittere pil geslikt moeten worden. Vooral zij die het hardst getroffen worden door de inflatie zullen dan een moeilijke kerst en een onzeker jaar tegemoet gaan.


Ook zal het dan buitengewoon ingewikkeld worden om voor 1 januari 2023 een ander, beter, akkoord te sluiten. De dreigende recessie en de inmiddels licht oplopende werkloosheid zal het er in elk geval niet gemakkelijker op maken. De medewerkers van de drinkwaterbedrijven die vandaag nog hun stem mogen uitbrengen, lijken er daarom goed aan te doen hun knopen te tellen. Want het wordt alles of niets.